Persoonlijke geschiedenis

Ik ben geboren op 18 april 1951 in Den Haag. Vanaf mijn tienerjaren heb ik me een kind van deze tijd gevoeld. Destijds betekende dat ballet, hockey en beatmuziek, zwarte kohl-ogen en witte lipstick, niet kunnen kiezen tussen een grijze blazer en een zwarte cape. En zo zou het altijd blijven. Een Haagse bourgeois-stadsjeugd verandert als we tijdelijk in Spanje wonen. Daar ontmoet ik een langharige jongen uit Noordwijkerhout. Het is 1969. Hij brengt mij politiek bewustzijn bij en ik ga de wereld duiden in kapitalistische en socialistische verhoudingen. Later is hij ook mijn partner en vader van onze vier kinderen.

Terug in Nederland ben ik 18 jaar, ga samenwonen met mijn vriend, en na verschillende invalbaantjes ga ik Nederlands M0-A in Amsterdam studeren. We wonen daar, maar geven onze studies op en keren terug naar Den Haag. Daar wonen we in de Transvaalwijk. Ik wil in kindertehuizen gaan werken. Daarom volg ik de opleiding MBO-Inrichtingswerk aan de Sociale Academie, daarna HBO-Maatschappelijk werk. Deeltijd, want ik ga ook fulltime naar mijn werk in de kinderbescherming. Daarnaast ben ik in alle uren die vrij zijn een gedreven activiste in de politiek en de vrouwenbeweging. Het is de fase van enorme maatschappelijke betrokkenheid en ik leer veel. Initiatieven nemen, acties plannen, vergaderingen toespreken, mensen aantrekken en motiveren, persberichten schrijven, enzovoort.

Als ik 26 jaar ben wordt ons eerste kind geboren. Mijn leven verandert definitief. Het is het mooiste en meest aangrijpende wat me is overkomen: kinderen krijgen. De bevalling en de komst van dit eerste kindje verwerk ik door het allemaal op te schrijven. Praktisch gezien heeft de geboorte ook gevolgen: de kinderbescherming had ik inmiddels achter me gelaten en voor het 3e schooljaar van de HBO moet ik een onbetaalde stage gaan lopen. Dat kan helemaal niet. Na vijf jaar school blijf ik thuis met mijn baby. De pappa zal nu voor een inkomen gaan zorgen. Dat ik bijna 20 jaar thuis zou blijven kon ik toen nog niet vermoeden.

Een nieuwe fase breekt aan: mijn leven keert zich naar binnen: we verhuizen naar het Limburgse platteland en wonen daar gedurende 10 jaar in twee dorpen. De eerste vijf jaren hebben we een galerie met antiek en volkskunst die zo mooi is dat niemand binnen durft te komen. We verdienen niets, hebben geen commercieel talent, dus mijn man zoekt een baan in de stad en ik zit iedere dag achter de winkel kant en klaar voor eventuele klanten en krijg ons tweede kind. Mijn enige uitweg is schrijven. In die tijd ontstaan mooie, autobiografische korte verhalen. In de tweede vijf jaar, in het andere dorp, krijgen we nog twee kinderen, wonen in een ruim boerenhuis op 18 are grond aan een doodlopend straatje naast varkensboeren, achter het maisveld, en alles staat in het teken van de geboortes, de bloemen- en groentetuin en het veel te grote gazon. Ik weck peren en perziken, brei truien in heel veel kleurtjes met hartjes en autootjes en naai lapjesdekens. Iedere dag moet ik 16 keer de provinciale weg oversteken om de oudste kinderen op de fiets naar school te brengen. Ik ben een thuismoeder van vier kleine kinderen op het platteland, zonder auto.

Als het oudste kind 11 jaar is en de jongste 1, verhuizen we naar Noordwijkerhout. Daar wonen we in een kleine eengezinswoning. Mijn echtgenoot werkt nu in Den Haag en ik breng de kinderen naar hun nieuwe school, nu gewoon over een straat met stoep. Uiteindelijk probeer ik via kleine baantjes in het weekend geld bij te verdienen, maar de hoofdmoot van mijn werk en oriëntatie ligt thuis. Ik weet gewoon niet hoe ik een baan moet combineren met vier kleine kinderen. Kinderopvang is er nog niet. Onze oudertaken zijn traditioneel verdeeld.

Na 23 jaar samenzijn gaan wij scheiden. Ik blijf met de kinderen in het zelfde dorp wonen.
De jongste is nu 4 jaar, de oudste 14. Ik heb mijn hoofd, hart en handen vol aan de opvang van mijn gezin. Ondertussen heb ik in astrologie een manier gevonden om psychologie te bedrijven, volg een beroepsopleiding in Amstelveen, heb een kleine praktijk aan huis en organiseer cursussen. Er komt meer ruimte voor mijn eigen ontwikkeling. Als ik na een aantal jaren ga bollen pellen, ontmoet ik een vrouw die op mijn kinderen wil passen als zij tussen de middag uit school thuis komen. Dat betekent dat ik, nu de jongste kinderen 9 en 11 jaar oud zijn, om mij heen kan kijken: een tijdelijke of invalbaan wordt mogelijk.

Van een carrière in het een of ander is geen sprake meer, maar telkens is er wel ergens een mogelijkheid om in non-profit instellingen - waar mijn voorkeur ligt -, een werkplek te vinden. Zo ga ik onder meer terug naar de kinderbescherming, mijn oudste dochter wil wel oppassen tijdens avond- en nachtdiensten, maar het is te zwaar. Ik kan niet meer werken in ‘de groep'. Bij verschillende instellingen ben ik vervolgens telefoniste/receptioniste of secretariaatsmedewerkster, en ondertussen volg ik de opleiding aan de School voor Gidswerk in Wassenaar en volg een extra jaar in Heerde voor het Therapeutisch Innerlijk Kindwerk.

Er ontstaat een kleine praktijk aan huis, maar er moet meer gebeuren. Ik schrijf interview-artikelen voor een regionaal blad en de lokale omroep Nens (nu BO, Omroep Bollenstreek) ontwikkelt een kabelkrant. Daar ga ik gedurende twee jaar de dagelijkse nieuwsberichten schrijven. Ook worden een paar van mijn persoonlijke teksten in de vorm van artikelen en columns gepubliceerd in spiritueel georiënteerde maandbladen.

Van 2007 tot 2016 heb ik op het secretariaat van een instelling voor jeugdzorg gewerkt.
Vanaf 2016 ben ik met pensioen. Ondertussen hebben de kinderen een eigen leven opgebouwd en zijn er  6 kleinkinderen. Het is heerlijk om ons gezin te zien uitbreiden. Zoals het krijgen van een kind iedere keer weer een nieuwe dimensie aan je leven toevoegt, een nieuwe grote liefde haar entree doet, zo is oma worden telkens opnieuw een mijlpaal van diepe vervulling en ontroering.